Eigen werklozen eerst !
Begroting SZW
25 oktober 2006 (door Anton van Schijndel, EenNL)
Mijnheer de Voorzitter (MdV),
Het departement van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de afgelopen jaren een spilfunctie vervuld bij het grote project van de hervorming van onze verzorgingsstaat. Tijdens de algemene beschouwingen heb ik waardering uitgesproken voor de minister-president omdat hij zich, ondanks de felle kritiek op al die hervormingen, niet van de wijs heeft laten brengen. De zeeën gingen hoog, maar wat moest gebeuren is grotendeels tot stand gebracht. Daarom past hier ook een woord van waardering voor de hier aanwezige bewindslieden. Bij deze.
MdV
Het grootse departement van SZW kent vele beleidsterreinen. Die ga ik hier niet allemaal behandelen. Ik beperk me tot een aantal opmerkingen over het thema arbeidsmarkt en migratie. Mijn fractie – die zich, zoals bekend, heeft bekend tot de nieuwe politieke partij EénNL – is voorstander van een zeer selectief arbeidsmigratiebeleid. Bevordering van een hoge binnenlandse arbeidsparticipatie staat voor ons voorop. Perspectief op een baan is voor allen in onze samenleving van fundamenteel belang. Voor werkzoekende migrantenjongeren is het uit oogpunt van integratie essentieel. Daar gaat het ons óók om : we willen voorkomen dat een allochtone onderklasse straks onze buurten onveilig maakt. Wie geen perspectief biedt, zal storm oogsten.
Dat betekent dat de arbeidsmarkttoets c.q. de vacaturemeldplicht gehandhaafd moet blijven. We zien dat in 2005 alleen al in de land- en tuinbouw circa 25.000 tewerkstellingsvergunningen zijn verstrekt, met name aan Polen. Dit is echt de omgekeerde wereld. Eerst moeten de kaartenbakken van de CWI’s worden leeggemaakt, pas dan valt aan het hiernaartoe halen van buitenlanders te denken.
Nu hoor ik de Staatssecretaris denken : ‘’Maar die tomaat moet wel geplukt worden”. En zo is het ook. Maar dat betekent dat bij weigering van werk de uitkering moet worden stopgezet. Zo eenvoudig is het. En als je daar eenmaal stevig mee begint, dan weet men gauw genoeg dat het menens is. We moeten nu eindelijk eens door die zure appel heen bijten. Wie zijn zoon liefheeft, kastije hem – staat in de Schrift. Ik kijk nu even naar de Minister, en naar de heer Van der Vlies natuurlijk.
Wat ik vraag is dus niet het betrachten van een onbetamelijke hardheid, maar doen wat in het belang van werkzoekende Nederlanders en de samenleving als geheel nodig is. Ons principe is : “Eigen werklozen eerst”. Wat mij betreft ook: “Eigen Marokkanen eerst”.Graag een reactie van de regering of zij dit principe deelt.
Als we dit alles niet doen, dan kunnen we de verzorgingsstaat onmogelijk overeind houden. Voor sommige liberale vrienden in dit Huis is dat geen probleem – de gewenste Verelendung van het sociale stelsel zet toch wel in. Maar mijn fractie vindt die zienswijze niet alleen onwenselijk maar vooral ook onrealistisch. Hoogte en duur van uitkeringen zijn voor ons niet sacrosanct, maar aan het terugbrengen ervan zijn wel grenzen. Het is irreëel te menen men via een fors hogere arbeidsmigratie een veel bescheidener sociale zekerheid kan afdwingen. Die twee processen zullen allesbehalve synchroon lopen. Doordat de sociale zekerheid voor het merendeel in stand blijft zullen de zgn. moeilijke gevallen in een uitkering blijven zitten, omdat ze worden verdrongen door werklustige buitenlanders. Met alle hoge maatschappelijke kosten, en gederfde levensvreugde, van dien. Graag een reactie van de regering.
MdV
Voor zover arbeidsmigratie aan de orde is, heeft te gelden dat toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt niet gelijk staat aan toegang tot onze sociale voorzieningen.
Indien internationale verplichtingen daaraan in de weg staan, moeten ze worden aangepast. We leven in een mondialiserende wereld, de tijden veranderen. Van de waslijst met oude verdragen die zich mogelijk verzetten tegen het onthouden van toegang tot ons sociale stelsel is mijn fractie bepaald niet onder de indruk. De politieke en juridische discussie zal daarover gevoerd moeten worden. Deze zal ook breder moeten worden getrokken, namelijk over het malle stelsel dat wij hier begin jaren ’50 hebben ingevoerd, waardoor verdragsrecht geldt als hoger recht dan de eigen Wet. Ons principe is dat internationale verplichtingen dienstbaar moeten zijn aan het oplossen van binnenlandse problemen. Ik hoop dat de regering deze zienswijze deelt. Graag een reactie.
MdV
Afgelopen zondag konden we in The Observer lezen dat de Britse regering van plan is om Roemenen en Bulgaren na de toetreding slechts beperkt toe te laten tot de Britse arbeidsmarkt. De Britten zijn door schade en schande wijs geworden. Ook wij, want de cijfers van het CPB uit 2003 zijn verre overtroffen.
Ander feit. In de Volkskrant las ik gisteren dat de Minister van Vreemdelingenzaken op een spreekbeurt bij de VVD heeft gezegd dat ze de toetreding in 2004 van de 10 nieuwe lidstaten betreurt. Voor de bühne worden nu gevoelens geëtaleerd waar de burger niets voor koopt. Minister Verdonk was er zelf bij toen hierover werd besloten in het kabinet. Zij heeft toen niet met haar portefeuille gezwaaid. Dan is het heel goedkoop – en dus ongepast – nu van de kabinetsbeslissing afstand te nemen.
MdV,
Gezien dit alles is het nu de hoogste tijd voor de regering openheid van zaken te verschaffen.
De snelle besluitvaardigheid van de regering-Blair staat namelijk in schril contrast met het getalm van onze regering. Per 1 januari 2007 treden Roemenië en Bulgarije toe tot de EU, maar een prognose van de te verwachten toestroom naar Nederland is er nog steeds niet. Van de kant van de regering is het ook volkomen onduidelijk of, en zo ja wanneer, de Bulgaren en de Roemenen deze kant op mogen komen.
Mijn fractie vindt dit absoluut onacceptabel. Het gaat hier om hoe ons land er in de toekomst komt uit te zien. Het gaat om integratie door arbeidsparticipatie. Dat zijn zaken die in de verkiezingsstrijd aan de bevolking moeten worden voorgelegd. Ik wil daarom binnen twee weken een prognose en een standpunt over de Roemenen en de Bulgaren. Graag de reactie van de regering.
Eens te meer, omdat de regering ernaar streeft de grenzen per 1 januari volledig open te gooien voor de Polen en de inwoners van de zeven andere Oost-Europese landen. Dat besluit kan – en volgens ons: moet – ook worden uitgesteld tot 2011, zoals in Duitsland.
Daarenboven is de regering voornemens om behalve de Oost-Europeanen ook nog de mogelijkheid te openen om ‘seizoenswerkers’ uit de rest van de wereld hiernaartoe te halen. Dit nog in aanvulling op de een eerder ingevoerde ‘kennismigranten’-regeling die dermate fraudegevoelig is dat een deel van die kenniswerkers nu aan de slag is in de kassen van het Westland en op andere plekken die niets uitstaande hebben met de kenniseconomie.
MdV
Omtrent deze problematiek overweeg ik in tweede termijn een motie in te dienen.
Concluderend : Het kabinet-Balkenende heeft het imago een strikt immigratiebeleid te voeren. Maar dat is welbeschouwd onzin. Er is sprake van lichtzinnigheid bij de toelating van arbeidsmigranten. Nederland is daarvoor eerder op de koffie gekomen. Dit mogen we niet nog eens laten gebeuren.
There are no threads for this page.
Be the first to start a new thread.